over Ton Munnich

Ton MunnichTon Munnich (1955) is historicus. Hij begon zijn studie in 1973 en voltooide die in 1981. Hij werkte voor een krant, voor een ziekenhuis en voor een gemeentelijke afdeling Monumentenzorg. Intussen bleef hij betrokken bij het vak wetenschapsgeschie-denis. Die veertig jaren fascinatie voor zijn vak hebben geleid tot dit boek.

 

 

 

Iets over het ontstaan van dit boek :

Rond 1970 is de Mammoetwet ingevoerd, de grote hervorming van het voortgezet onderwijs. Vlak daarvoor ging ik naar school: eindexamen 1973, het laatste jaar van het klassieke gymnasium. Daar deed je tien vakken. Op de universiteit koos je er één, enigszins een verschraling. Ik koos Geschiedenis. Een mooi vak, maar een tikje eenzijdig. Wat wist ik bij mijn afstuderen over relativiteitstheorie, psychologie, geneeskunde, culturele antropologie, taal? Weinig.

Na mijn studie kon ik twintig jaar de tijd naar eigen keuze indelen. Ik besloot me verder te oriënteren. Ditmaal niet via een formele studie, het werd mijn eigen speurtocht in vooral wetenschapshistorische thema’s. Ik bezocht lezingen, symposia, antiquariaten, universiteitsbibliotheken. Las wetenschapshistorische studies en biografieën. Volgde de eerste twee jaren van de universitaire studie sociologie. Bezocht twee semesters een groep bij de universitaire vakgroep biologie. Had contact met de taalkundige P.A.F. van Veen, de redacteur van Van Dale’s etymologisch woordenboek. Las o.a. Erwin Schrödinger over fysica. Las over medische geschiedenis, culturele antropologie, ideeëngeschiedenis. Zag televisieprogramma’s over wetenschap, discussieerde, maakte notities. Allemaal zeer interessant, het gaf een brede wetenschapshistorische oriëntatie. Ik was terug in het multi-disciplinaire spoor dat na het gymnasium was versmald tot het Geschiedenis-spoor.

Op de Universiteit Utrecht, 20e eeuw, was het vak wetenschapsgeschiedenis versnipperd. Medische geschiedenis zat bij de faculteit geneeskunde, rechtsgeschiedenis bij de juridische faculteit, biohistorie bij biologie, geschiedenis-van-de-natuurkunde bij de faculteit wis-en-natuurkunde. Enzovoort. Ook mijn vak geschiedenis had zo’n afdeling, namelijk historiografie (geschiedenis-van-de-geschiedschrijving). Wie afstudeerde in zo’n richting was geen wetenschapshistoricus in de brede zin. Hij bleef horen bij dat ene vak: de rechtshistoricus was jurist, de biohistoricus was bioloog. Na het jaar 2000 begon de Utrechtse historicus W. Mijnhardt te lobbyen voor een overkoepelende vakgroep wetenschapsgeschiedenis. In 2007 was zijn missie geslaagd: het Descartes Centre voor wetenschapsgeschiedenis werd opgericht. Sindsdien levert de Universiteit Utrecht formeel-opgeleide wetenschapshistorici af.

In dat jaar 2007 was mijn privé-speurtocht 25 jaar gaande. Soms maakte ik aantekeningen voor een mogelijk boekje. Werktitel: Vier eeuwen Verlichting. Ik definieerde de Verlichting als de vervanging van het oude christelijke wereldbeeld door het wereldbeeld van de moderne natuurwetenschap. De term Verlichting was tot dan toe vooral geassocieerd met het 18e eeuwse Frankrijk. Ik wilde schilderen dat de Verlichting een proces van vier eeuwen was, met het zwaartepunt telkens in een ander land: in de 17e eeuw bruist vooral Nederland van Verlichtings-activiteit, in de 18e eeuw bruist vooral Frankrijk van Verlichtings-activiteit, in de 19e eeuw Duitsland, in de 20e eeuw Engeland en Amerika.

Toen brak het jaar 2009 aan, het internationale Darwinjaar, met een stortvloed van loftuitingen over de man. De Darwin-biografen wedijverden in het vinden van superlatieven over zijn genie. Deze Darwin-adoratie vertekent de historische realiteit. In de 19e eeuw is immers Duitsland het actiecentrum van Verlichting en wetenschap. Niet Engeland, niet Darwin. Ik begon te werken aan een publicatie hierover. Daarin moest ik drie dingen doen. Op de eerste plaats kort schetsen dat de Verlichting een proces van vier eeuwen is, met het zwaartepunt telkens in een ander land, zoals hierboven aangegeven. Op de tweede plaats inzoomen op de 19e eeuw, waarin de Duitse wetenschap de internationale locomotief is, terwijl de Engelse wetenschap nogal achteraan hobbelt. Met name de wetenschappelijke reuzen Virchow en Mendel contrasteren met de eenvoudiger geest Darwin. Op de derde plaats moest ik verklaren waardoor de indrukwekkende Duitse wetenschap van de 19e eeuw na de Tweede Wereldoorlog vergeten wordt, terwijl Darwin dan een echte publiciteitsmachine wordt. Ik kon deze drie taken zonder problemen realiseren. De historische feiten spreken voor zichzelf, de na-oorlogse ‘Darwin Industry’ vertekent de realiteit.

Het werk aan het boek duurde vijf jaar, 2009-2014, het was goed te combineren met mijn deeltijd-baan. Tegen het einde van het schrijfproces zocht ik een uitgever. Totemboek werd aanbevolen. Die heeft het boek smaakvol gepubliceerd. De reacties waren positief, enkele citaten daaruit staan onder de button ‘reviews’ op deze website. Negatief reageerde een Darwin-bewonderaar genaamd Gert Korthof. Zijn reactie bespreek ik onder de button ‘Discussie’.

 

######################################################