Bevrijding

juni 2019

 

Ton Munnich

BEVRIJDINGSDAG

moderne kanttekeningen bij een eerbiedwaardige herdenking

 


inleiding

In 1944-1945 hebben Engelsen, Amerikanen en Canadezen ons land bevrijd van nazi-Duitsland. Elk jaar herdenken we dat in een reeks plechtigheden vanaf 6 juni (D-Day) tot 5 mei (Bevrijdingsdag). Dan tonen we respect voor de Engelse en Amerikaanse oorlogsinspanning en memoreren we het belang van de bevrijding. Het is goed om dat te blijven doen. Dit seizoen 2019-2020 zijn de herdenkingen en media-aandacht uitgebreider dan andere jaren. Het is immers een jubileum, vijfenzeventig jaar Bevrijding. Een goede aanleiding om eens vanuit andere invalshoek te kijken naar de gebeurtenissen van toen.
. Na 1945 is de cultuur van de Engels-Amerikaanse bevrijders dominant geworden in Europa. Enkele eenvoudige trefwoorden: coca cola, blue jeans, Hollywood, Broadway, Wall Street. Veel van de invloed werd in Europa als positief ervaren. Europese ouders gingen hun kinderen Engelse namen geven. Nederlanders heten niet meer alleen Jan en Els, ze heten ook Jeffrey en Kimberley.
. Ook de historische beeldvorming onderging die invloed. Sinds 1945 is de geschiedenis van de twintigste eeuw een narratief geworden met de Engelsen en Amerikanen in de rol van bevrijders. Nu, 75 jaar later, lijkt de tijd rijp om dat beeld enigszins te nuanceren.


Darwin-mythe

Het verhaal begint in de negentiende eeuw. In de victoriaanse tijd staat de Engelse wetenschap op laag niveau, de Duitse wetenschap op hoog niveau, met name in de biologische vakken. Dit kwaliteitsverschil wordt mede veroorzaakt door het feit dat Engeland is gefocust op het beheer van zijn grote koloniale rijk. Jongelui uit de betere standen ambiëren carrières in het British Empire dat duizenden ambtenaren kan opnemen. Of ze ambiëren carrières bij de Marine, eveneens een grote organisatie die duizenden officieren kan opnemen, ‘Britannia rules the waves’. Of ze ambiëren carrières in handel en industrie. Maar niet in de wetenschap. De natuurwetenschap heeft in het 19e eeuwse Engeland weinig aanzien, weinig carrière-mogelijkheden en weinig studenten. De universiteiten Oxford en Cambridge zijn slapende anglicaanse seminaries, de gezaghebbende Charles Lyell klaagt dat de collegezalen van de natuurwetenschappen leeg staan. In Duitsland is dat anders. Duitse universiteiten zijn de wereldtop, Berlijn voorop. De wetenschap staat er in hoog aanzien. Een Engelse commissie die de Duitse wetenschap is gaan bekijken, meldt dat ze in één Duits chemie-laboratorium meer studenten aantrof dan in alle Engelse chemie-laboratoria bij elkaar. De Engelse bioloog T.H. Huxley leert zichzelf Duits omdat de leidende biologie-publicaties Duits zijn. Kortom: in de victoriaanse tijd is Duitsland het land van de wetenschap. Franse en Schotse wetenschappers kunnen aardig meekomen, de Engelse wetenschappers hobbelen achteraan. Alle betrokken tijdgenoten beseffen dat1).
. Echter, na de Tweede Wereldoorlog raakt dit besef in de verdrukking. Men gaat een nieuw plaatje schilderen van de negentiende-eeuwse wetenschap. Het nieuwe plaatje stileert de victoriaanse Engelsman Charles Darwin tot grondlegger van de moderne biologie. Hoe is dat mogelijk, en wat heeft het te maken met onze herdenking van Bevrijdingsdag?

De jonge Darwin is geen studiebol. Op de middelbare school moet  zijn vader hem van school nemen wegens zwakke prestaties, een studie geneeskunde mislukt meteen in het eerste jaar. Zijn voorkeur gaat uit naar het schieten van vogels, pa moppert: ‘You care for nothing but shooting’. Op diens bevel gaat hij theologie studeren, met bijlessen haalt hij daarin een Bachelor. Dan is het definitief genoeg, de jonge avonturier stapt op een marineschip voor een vijf jaar durende wereldreis die hem vertrouwd maakt met de Engelse koloniale praktijk. Zijn natuurwetenschappelijke opleiding is nihil. Darwin levert dan ook geen grote wetenschappelijke prestaties. Maar in het kleine wetenschappelijke wereldje van het victoriaanse Engeland is hij het rijkst en heeft hij het beste netwerk. En vooral: zijn theorie (‘my theory’) past als een ideologische handschoen om de Engelse koloniale vuist. Hij typeert het leven als een gevecht, als de ‘war of nature’, als de ‘battle of life’, en hij ziet de Engelse koloniale veroveringen als bewijs ervan. Hij voorspelt dat het superieure kaukasische ras binnen niet al te lange tijd de ‘lower races’ zal hebben uitgeroeid en hun plaats zal hebben ingenomen. Dat is de survival of the fittest. Het kaukasische ras, en met name het Engelse volk is de fittest. De victoriaanse Engelsen heffen hem op het schild als hun topwetenschapper. Niet door hem geleverde wetenschappelijke prestaties worden aan hem toegeschreven 2).

Aldus fungeert Darwin’s theorie als alibi voor Engels koloniaal geweld. Maar er is meer. De Duitse keizer Wilhelm II is de kleinzoon van Queen Victoria. Wilhelm ziet de wereldwijde koloniale expansie van zijn grootmoeder’s land. Zoiets wil hij ook, Duitsland moet promoveren van ‘Grossmacht’ tot ‘Weltmacht’, net zoals Engeland. Het milieu rond Wilhelm leent van Engeland het ideologische alibi voor die expansie, namelijk het darwinistische idee dat oorlog de natuurlijke zijnsvorm is, het idee dat het leven een ‘war of nature’, een ‘battle of life’ is. Duitse auteurs vertalen die darwinistische soundbites tot ‘Kampf-ums-Dasein’ en ‘Lebenskampf’. Aldus is aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog een groot deel van Europa van mening dat oorlog de gezonde, normale, natuurlijke leefstijl is, niemand is verrast wanneer de oorlog uitbreekt.
. Nadat Duitsland die verloren heeft willen verbitterde groepen het nog eens overdoen, ze steunen vechtersbaas Adolf Hitler. Het darwinistische sleutelwoord ‘Kampf’ vormt de titel van diens boek Mein Kampf. In grote lijnen hebben Darwin en Hitler hetzelfde visioen: Darwin ziet een kaukasisch ras dat onder Engelse leiding andere rassen uitroeit, Hitler ziet een arisch ras dat onder Duitse leiding andere rassen uitroeit. Darwin refereert instemmend aan de ‘great stream of Anglo-Saxon emigration to the West’, Hitler wil ‘Lebensraum im Osten’. Alles volgens Darwin’s recept ‘exterminate and replace throughout the world the savage races’.

Deze lijn van Darwin naar Hitler staat niet op zichzelf. Ook langs een andere route is er een connectie tussen de twee. Darwin heeft een neef, genaamd Francis Galton. Deze neef leest Darwin’s hoofdwerk On the Origin of Species. Hij is enthousiast erover, maar hij ziet een onvolledigheid erin die hij wil opvullen. Hij redeneert als volgt: wanneer de staat zwakken en zieken ondersteunt, worden zij niet weggemaaid door Natural Selection. Dit verzwakt de kwaliteit van de bevolking. De overheid, zo meent Galton, moet verhinderen dat minderwaardig mensenmateriaal zich voortplant en stimuleren dat hoogwaardig mensenmateriaal onderling trouwt en kwaliteitskinderen produceert. Hij wil een nationaal fokprogramma. Darwin is positief over zijn neef. Galton introduceert voor zijn ideeën de term ‘eugenics’. De Duitse darwinist Dr. Alfred Ploetz vertaalt ‘eugenics’ tot de Duitse term ‘Rassenhygiene’ en sticht in 1905 de ‘Deutsche Gesellschaft für Rassenhygiene’. In 1909 wordt Galton honorair vice-voorzitter ervan. Ploetz is op zijn beurt vice-voorzitter van Galton’s ‘Eugenics Education Society’. Na Galton’s overlijden in 1911 organiseert deze Eugenics Education Society ter ere van de overledene in 1912 in Londen de grote ‘International Eugenics Conference’. President van de conferentie is Darwin’s zoon Leonard Darwin, vice-president is Ploetz. In 1936 benoemt Hitler Ploetz tot hoogleraar.
. De Rassenhygiene dient in nazi-Duitsland als pseudo-wetenschappelijke onderbouwing voor de planmatige verdelging van als minderwaardig beschouwd mensenmateriaal. Een van de technieken is dwangsterilisatie. Sterilisatie is een Amerikaanse uitvinding die voor de Tweede Wereldoorlog in de VS met dwang is toegepast op dertigduizend personen die als minderwaardig werden beschouwd, waaronder Indianen. Nazi-Duitsland neemt die praktijk over. Hitler’s wet op gedwongen sterilisatie, 14 juli 1933, is gebaseerd op de Amerikaanse modelwet. Nazi-Duitsland steriliseert tot 1940 geen dertigduizend maar vierhonderdduizend mensen. Een Amerikaanse eugenetica-arts meent hierover in 1934: ‘The Germans are beating us at our own game’. Als dank voor het Amerikaanse voorbeeld geeft nazi-Duitsland eervolle invitaties en eredoctoraten aan een reeks Amerikaanse ras-ideologen.
. Zo is er meer, langs een aantal lijnen is het denkmilieu van de Darwin-clan een inspiratie geweest voor nazi-Duitsland 3).

West-Europa wordt in 1944-1945 bevrijd door de Engelsen en Amerikanen, hun cultuur wordt er dominant. Bij het aanwijzen van verantwoordelijken voor de nazi-criminaliteit worden de Engelse kroonjuwelen Darwin en Galton ontzien. Naoorlogse (biologie-) historici duiden de nazi-criminaliteit vooral als een intern Duits probleem, zonder het darwinisme te vermelden als een van de inspiratiebronnen. De lijnen van darwinisme naar nazisme worden na 1945 een halve eeuw verdrongen en weggeretoucheerd. Pas na de Koude Oorlog, na 1989, ontstaat er geleidelijk ruimte om dit taboe te doorbreken. Sindsdien zijn er enkele boeken verschenen die de samenhang bespreken, waaronder in 2004 het boek From Darwin to Hitler van de Amerikaanse geschiedenis-professor Richard Weikart.
. Het lijkt zinvol om die samenhang te beseffen bij het 75-jarig jubileum van de bevrijding. Het gangbare beeld van de Duitse ‘bad guys’ en de Engels-Amerikaanse ‘good guys’ is correct voor wat betreft de oorlog zelf, maar de ideologische achtergronden en oorzaken van de oorlog zijn complexer dan die eenvoudige tweedeling. Het denkmilieu van de Engels-Amerikaanse Darwin-clan is significant mede-verantwoordelijk voor de nazi-criminaliteit.

Naarmate de Engels-Amerikaanse cultuur na de Tweede Wereldoorlog dominant wordt in de wereld, wordt hun Darwin-cultus een internationale cultus. Er ontstaat een ware ‘Darwin Industry’ die Darwin neerzet als de grondlegger van de moderne biologie en als het grootste genie aller tijden. Zo schrijft de filosoof Daniel Dennett in 1996 : ‘If I were to give an award for the single best idea anyone has ever had, I’d give it to Darwin, ahead of Newton and Einstein and everyone else.’ Het is een voorbeeldje van de vele superlatieven en loftuitingen over Darwin 4). Het toppunt van de publiciteitscampagne is het internationale Darwinjaar 2009, waarin de darwiniana-productie record-hoogte bereikt.
. Deze Darwin-mythe verstoort tot heden de normale historische beeldvorming. Voor historici geen onbekend fenomeen, het lijkt een geval van ‘history is written by the victors’.


het Angelsaksische model 

Naast de Darwin-mythe heeft ook een ander Engels fenomeen een opmars gemaakt na de Tweede Wereldoorlog. Namelijk ‘het Angelsaksische model’. De termen ‘het Angelsaksische model’ en ‘het Rijnlandse model’ zijn een vertrouwd begrippenpaar in de politieke en sociale wetenschappen. Het zijn twee stijlen van samenleving. Het Angelsaksische model wordt gekenmerkt door trefwoorden zoals competitie, concurrentie, marktwerking, kapitalisme en winstmaximalisatie. In het Rijnlandse model is het winstbejag gematigder en spelen ook samenwerking en sociale aspecten een rol. Het begrippenpaar markeert een scheidslijn in de moderne Nederlandse politiek. Generaliserend kan men zeggen: de VVD prefereert het Angelsaksische model, de PvdA het Rijnlandse model 5). Illustratief zijn de TV-debatten in de Buitenhof-aflevering van 14 oktober 2018 en in de Jinek-aflevering van 26 maart 2019.

Het Angelsaksische model komt uit de Angelsaksische wereld. In de negentiende eeuw was Engeland de mondiale supermacht, gericht op verovering van markten en kolonies. In de twintigste eeuw neemt de VS het stokje over als expansie-georiënteerde supermacht. De ideologische legitimering van die expansie-praktijk heette vroeger ‘sociaal-darwinisme’. Wat betekent die oude term, en wat heeft ze te maken met de moderne term ‘het Angelsaksische model’?
. Tegenwoordig betekent ‘sociaal’ ongeveer: menslievend, hulpvaardig, solidair. Die betekenis had het woord niet toen rond 1880 de term sociaal-darwinisme ontstond. Daar betekende ‘sociaal’ iets anders. Darwin had het leven getypeerd als strijd, oorlog, competitie. Omdat de mens deel uitmaakt van de evolutie, gold die typering ook voor de menselijke ‘society’, vandaar ‘social darwinism’. De uitdrukking betekent eenvoudig dat het darwinistische idee ‘leven-is-oorlog’ de menselijke samenleving bepaalt.
. Dit sociaal-darwinisme bestond in twee varianten. Het is relevant die hier afzonderlijk aan te stippen. De eerste was de economische variant. In de economie eiste de sociaal-darwinistische opvatting ongebreidelde competitie. Die strijd zou leiden tot de survival-of-the-fittest en tot het sneuvelen van de minder fitten, zoals het hoort in de natuur. Vooral de Engelsman Herbert Spencer verwoordde dit. In de jaren 1865-1890 behoorde hij tot de invloedrijkste intellectuelen van Engeland en Amerika. Zijn boeken verkochten zeer goed in de VS, hij kreeg eredoctoraten en in 1902 een Nobelprijs-nominatie. Geheel in Spenceriaanse geest zei olie-tycoon John D. Rockefeller: ‘the growth of a large business is merely a survival of the fittest’. Staalmagnaat Andrew Carnegie, woordvoerder van het Amerikaanse kapitalisme, was verzot op Spencer die immers leek aan te tonen dat kapitalisme de meest natuurlijke vorm van gedrag is. Hij haalde Spencer naar de VS voor een tournee. Het afsluitende banket op 9 november 1882 was een hoogtepunt in het culturele seizoen van New York. In de tafelredes van de vooraanstaande genodigden vloeiden rijkelijk de superlatieven over Spencer’s genie.
. Naast dit economische sociaal-darwinisme was er de tweede variant, namelijk het sociaal-darwinisme dat zich richtte op naties en rassen. Het leven is een permanente oorlog tussen naties en rassen, het is zaak dat het eigen ras die strijd wint. Een Engelse woordvoerder van deze opvatting was Karl Pearson. Begin twintigste eeuw was Pearson een van de leiders van de Darwin-clan, vanaf 1912 bekleedde hij de ‘Galton Professorship for Eugenics’ aan University College London. Pearson vond dat buitenlandse politiek vooral moest bestaan uit oorlogvoeren tegen ‘lower races’. Deze rassenoorlog-variant van het sociaal-darwinisme verbreidde zich in de eerste decennia van de twintigste eeuw in Duitsland en beheerste het wereldbeeld van Adolf Hitler.
. Het evidente sociaal-darwinisme van Hitler zorgde ervoor dat ‘sociaal-darwinisme’ na de Tweede Wereldoorlog een besmette term werd. Niemand wilde ermee geassocieerd worden. Het leidde tot een ietwat komisch probleem. Immers, de eerstgenoemde variant, het economische sociaal-darwinisme van Herbert Spencer, moest een nieuwe naam krijgen nu de term sociaal-darwinisme taboe was. Die nieuwe naam kwam er inderdaad. De Spenceriaanse opvatting dat de economie een ongeremde concurrentieslag moet zijn, kreeg na de oorlog het neutrale etiket ‘het Angelsaksische model’ 6).


Angelsaksisch versus Rijnlands model 

Daarmee is de achtergrond van de term ‘het Angelsaksische model’ verklaard: het is een naoorlogs eufemisme voor de oude economische variant van het sociaal-darwinisme, een denkstijl met brede aanhang in ‘corporate America’. De VS handhaaft na de Tweede Wereldoorlog de ruige economie volgens het Angelsaksische model, met beperkte sociale voorzieningen. De Bondsrepubliek Duitsland besluit het anders te doen: wel marktwerking, maar met een menselijk gezicht, de overheid neemt verantwoordelijkheden. Het model werd ontwikkeld toen de stad Bonn nog hoofdstad van Duitsland was. Bonn ligt in het Rijnland, vandaar ‘het Rijnlandse model’. Het heeft goed gewerkt, de periode van het Rijnlandse model is de periode van het ‘Wirtschaftswunder’, de jaren ’50, ’60, ’70, ‘80, waarin het verwoeste Duitsland herrees als de sterkste economie van Europa. Veel Europese landen, en ook de EU als geheel, adopteerden het Rijnlandse model. Zo bestaan de twee modellen min of meer vredig naast elkaar, het Angelsaksische model in de VS, het Rijnlandse model in de EU. Maar rond 1990 gaat er iets mis.
. In 1989 maakt de Russische president Gorbatsjov een einde aan de Koude Oorlog. Een verstandige daad, Gorbatsjov behoort tot de belangrijkste politici van de 20e eeuw. In de VS ziet men het anders, daar zegt men ongeveer dit: ‘de Sovjet Unie heeft de strijd opgegeven, dus wij hebben de Koude Oorlog gewonnen, dat bewijst dat ons systeem van vrije markt het beste is’. De gezaghebbende Amerika-criticus Noam Chomsky spreekt over ‘the remarkable rhetoric of the decade of triumphalism after the Soviet Union imploded’, en over ‘a period of euphoria after the collapse of the superpower ennemy’ 7). Vanaf die tijd buigt de Europese Unie voor het Angelsaksische model. De trefwoorden liberalisering / marktwerking / privatisering gaan domineren in de EU. Nederland verkoopt vrijwel al zijn overheidsdiensten aan commerciële exploitanten: busvervoer, spoorbedrijf, gasbedrijf, postbedrijf, telefoniebedrijf, elektriciteitsbedrijf, girodienst (betalingsverkeer), ziekenfonds (verzekering), gezondheidszorg, woningbouwcorporaties. De privatiseringsgolf duurt ongeveer twintig jaar, van 1990 tot 2010. Ze is in hoofdzaak mislukt, de marktwerking heeft niet geleid tot betere dienstverlening of lagere prijzen. Reden voor de Eerste Kamer om in 2011 een onderzoekscommissie te benoemen, de Parlementaire Onderzoekscommissie Privatisering/Verzelfstandiging Overheidsdiensten. Het rapport van de commissie verschijnt in 2012. In het gesprek over het rapport in de Eerste Kamer op 4 juni 2012 meldt H.D. Tjeenk Willink, oud vice-president van de Raad van State : ‘De hele privatiseringsgolf was natuurlijk sterk Angelsaksisch geïnspireerd’ 8). Het rapport oordeelt negatief. De titel ervan ‘Verbinding Verbroken?’ drukt uit dat de privatiseringsgolf schadelijk is geweest voor de cohesie in de samenleving. De privatiseringsgolf heeft het bredere publieke belang verwaarloosd en heeft de mens versmald tot klant, aldus de commissie 9). Het is een onbehagen dat tot heden wordt verwoord door een aantal politieke partijen. De PvdA moppert over het Angelsaksische model, de SP moppert over het neo-liberalisme, wat ongeveer hetzelfde is.

Een apart geval is Engeland. Daar treffen de twee modellen op elkaar. Enerzijds is Engeland de bakermat van het Angelsaksische model, anderzijds is Engeland lid van de Europese Unie, waar het Rijnlandse model prevaleert. De dubbelheid smeult decennia, tot ze in 2016 uitbarst in de Brexit-affaire, een krachtmeting tussen het Angelsaksische en het Rijnlandse model.


taalverdringing

Ook op een ander terrein heeft de Engels-Amerikaanse sfeer Europa veroverd. In 1999 ondertekenden de landen van Europa de Bologna-verklaring voor standaardisering van academische titels. De Engels-Amerikaanse titels Bachelor/Master werden de standaard, in Nederland verdwenen daardoor ‘kandidaat’ en ‘doctorandus’. In de praktijk bleef het niet bij deze verwisseling van titels, ook het onderwijs zelf begon te verengelsen. Dat leidde tot bezorgdheid. Een uiting van deze bezorgdheid was er op 29 maart 2019. Op die dag publiceerden 186 vooraanstaande Nederlandse intellectuelen in De Volkskrant een noodkreet over het feit dat de Engelse taal in toenemende mate de Nederlandse taal verdringt van de Nederlandse universiteiten. Ze wijzen erop dat inmiddels driekwart van de Master-opleidingen uitsluitend in het Engels wordt aangeboden. En de Bachelor-opleidingen gaan dezelfde kant op. Terwijl toch de Wet op het Hoger Onderwijs eist dat universitair onderwijs geschiedt in het Nederlands, tenzij er een gemotiveerde reden is om af te wijken. De universiteiten negeren de wet zonder dat de Onderwijsinspectie ingrijpt. De groep van 186 somt tien redenen op waarom deze situatie als ongewenst moet worden beschouwd. Hun onbehagen komt niet uit de lucht vallen, het is de laatste jaren vaker geventileerd. Momenteel is er een wetswijziging in de maak die verdere verengelsing moet tegengaan. De kwestie is op internet te volgen, inclusief de tekst van de Volkskrant-oproep 10).
. De 186 ondertekenaars zijn vooraanstaande cultuurdragers. De helft is hoogleraar, de andere helft is al even deftig. Oud-ministers, vice-premiers, oud-burgemeesters van Amsterdam en Rotterdam, oud-presidenten van de KNAW, oud-directeuren van NIOD en Rijksmuseum, rechters, uitgevers, hoofdredacteuren, publicisten, televisiemakers, theatermakers en anderen. Wanneer zo’n collectie ego’s zich verenigt om samen een probleem aan te stippen, lijkt er iets aan de hand te zijn. Er is inderdaad iets aan de hand. Nu de universiteiten Engelstalig zijn, lijkt het Nederlands af te glijden tot een regionaal dialect, een stukje folklore waarover het Meertens Instituut straks wellicht een studie publiceert met als titel ‘The Dutch language – a voice from the past’.


conclusie

De herdenking van Bevrijdingsdag toont respect voor de Engelse en Amerikaanse oorlogsinspanning en memoreert het belang van de bevrijding. Het is goed dat dit gebeurt. Anderzijds lijkt het realistisch te beseffen dat de bevrijders een diep stempel op Europa hebben gedrukt, en niet in alle opzichten een gunstig stempel. In de natuurwetenschap is er de wonderlijke Darwin-cultus, in de economie is er het agressieve Angelsaksische Model, in de taal is er het opdringende Engels.

 

NOTEN

1)
over het niveauverschil tussen de Duitse en de Engelse wetenschap in de 19e eeuw schreef George Haines een boek plus een aanvullend artikel :
— George Haines, German influence upon English education and science, 1800-1866, New London, Connecticut, 1957.
— George Haines, German influence upon scientific instruction in England, 1867-1887, in : Victorian Studies 1:3 (1958), pp. 215-244.

2)
Er zijn meerdere publicaties over Darwin’s discutabele primeurs. Waaronder deze vier :
— Mike Sutton, Nullius in Verba. Darwin’s greatest secret. De eerste editie van dit boek verscheen in 2014 als e-book. De gecorrigeerde tweede editie verscheen in 2017 als gedrukt papieren boek.
— W.J. Dempster, Natural Selection and Patrick Matthew, The Pentland Press 1996.
— W.J. Dempster, The illustrious Hunter and the Darwins, Book Guild Publishing, Sussex England 2005.
— Ton Munnich, Primeurs van Darwin? , in : Ton Munnich, Verlichting of darwinisme? – essays over wetenschapsgeschiedenis, Totemboek 2014, pp. 106-126. Ook andere essays in het boek bespreken dit thema, o.a. : Genetica of darwinisme? (pp. 148-177).

3)
Meerdere auteurs wijzen op lijnen van darwinisme naar nazisme. Waaronder deze vier :
— Ashley Montagu trekt in zijn publicaties geregeld lijnen van darwinisme naar nazisme.
— Richard Weikart schreef twee boeken erover : From Darwin to Hitler, New York 2004. En : Richard Weikart, Hitler’s ethics – the Nazi pursuit of evolutionary progress, New York 2009.
— Edwin Black schreef meerdere boeken erover, waaronder : War against the weak, New York / London 2003. En : Nazi Nexus – America’s corporate connections to Hitler’s Holocaust, Washington DC 2009.
— Ton Munnich, Verlichting of darwinisme? – essays over wetenschapsgeschiedenis, Totemboek 2014. Daarin met name de essays 8 en 9.

4)
Daniel Dennett, Darwin’s dangerous idea – evolution and the meanings of life (Touchstone edition 1996), p. 12. Meer voorbeelden van extreme loftuitingen over Darwin in : Ton Munnich, Verlichting of darwinisme? , Totemboek 2014, pp. 357-362.

5)
Het onderscheid tussen beide modellen staat aardig verwoord in : Rien T. Segers, Nederland na de crisis, Amsterdam 2009, p. 20 (en passim).

6)
Uitgebreide behandeling in : Cor Hermans, De dwaaltocht van het sociaal-darwinisme. Vroege sociale interpretaties van Charles Darwins theorie van natuurlijke selectie, 1859-1918, Amsterdam 2003.

7)
Noam Chomsky, Who rules the world? , oorspronkelijk verschenen in 2016, geraadpleegd de Penguin-editie uit 2017. Citaten op blz. 57, 59. Ook p. 247

8)
Stenografisch verslag van het gesprek in het kader van de Parlementaire Onderzoekscommissie Privatisering/Verzelfstandiging Overheidsdiensten op maandag 4 juni 2012 in de plenaire zaal van de Eerste Kamer te Den Haag.

9)
Parlementaire Onderzoekscommissie Privatisering/Verzelfstandiging Overheidsdiensten, Verbinding Verbroken? Onderzoek naar de parlementaire besluitvorming over de privatisering en verzelfstandiging van overheidsdiensten, Den Haag, 30 oktober 2012, pp. 8-9, 13, 16, 55-56.

10)
Over de verdringing van de Nederlandse taal door het Engels :
De Volkskrant 29 maart 2019 : Kamerleden, de toekomst van het Nederlands ligt in uw handen. Deze publicatie in De Volkskrant is de korte versie van een langer betoog dat dezelfde auteurs digitaal publiceerden : Oproep aan de Tweede Kamer van 194 prominenten: volledige tekst.

 

.                                                     ###########################