voorgeschiedenis

Rond 1970 is de Mammoetwet ingevoerd, de grote hervorming van het voortgezet onderwijs. Vlak daarvoor ging ik naar school: eindexamen 1973, het laatste jaar van het klassieke gymnasium. Daarna studiekeuze. Het gymnasium gaf tien vakken tegelijk, op de universiteit koos je er één, enigszins een verschraling. Ik koos Geschiedenis. Mooi vak, maar een tikje eenzijdig. Het woord ‘universiteit’ suggereert iets ‘universeels’, het had weinig universeels: wat wist ik bij mijn afstuderen over relativiteitstheorie, psychologie, taal, geneeskunde, culturele antropologie? Weinig.

Na mijn studie kon ik twintig jaar mijn tijd naar eigen keuze indelen. Ik besloot me verder te oriënteren. Ditmaal niet via een formele studie, het werd mijn eigen speurtocht in vooral wetenschapshistorische thema’s. Ik bezocht universiteitsbibliotheken, antiquariaten, lezingen en symposia. Las wetenschapshistorische studies en biografieën. Volgde de eerste twee jaren van de universitaire studie sociologie. Bezocht twee semesters een groep bij de universitaire vakgroep biologie. Had contact met de taalkundige P.A.F. van Veen, de redacteur van Van Dale’s etymologisch woordenboek. Las o.a. Erwin Schrödinger over fysica. Las over medische geschiedenis, culturele antropologie, ideeëngeschiedenis. Zag televisieprogramma’s over wetenschap, discussieerde, piekerde, maakte notities. Zeer interessant, het gaf een brede wetenschapshistorische oriëntatie. Ik was terug in het multi-disciplinaire spoor dat na het gymnasium versmald was tot het Geschiedenis-spoor.

Op de Universiteit Utrecht, 20e eeuw, was het vak wetenschapsgeschiedenis versnipperd. Medische geschiedenis zat bij de faculteit geneeskunde, rechtsgeschiedenis bij de juridische faculteit, biohistorie bij biologie, geschiedenis-van-de-natuurkunde bij de faculteit wis-en-natuurkunde. Enzovoort. Ook mijn vak geschiedenis had zo’n afdeling, namelijk het vak historiografie (geschiedenis-van-de-geschiedschrijving). Wie afstudeerde in zo’n richting was geen wetenschapshistoricus in de brede zin. Hij bleef horen bij dat ene vak: de rechtshistoricus was jurist, de biohistoricus was bioloog. Na het jaar 2000 begon de Utrechtse historicus W. Mijnhardt te lobbyen voor een overkoepelende vakgroep wetenschapsgeschiedenis. In 2007 was zijn missie geslaagd: het Descartes Centre voor wetenschapsgeschiedenis werd opgericht. Sindsdien levert de Universiteit Utrecht formeel-opgeleide wetenschapshistorici af.

Mijn privé-speurtocht was toen 25 jaar gaande. Soms maakte ik aantekeningen voor een mogelijk boekje. Werktitel: Vier eeuwen Verlichting. Ik definieerde de Verlichting als de vervanging van het christelijke wereldbeeld door het wereldbeeld van de moderne natuurwetenschap. De term was tot dan toe vooral geassocieerd met het 18e eeuwse Frankrijk. Ik wilde schilderen dat de Verlichting een proces van vier eeuwen was, met het zwaartepunt telkens in een ander land: in de 17e eeuw bruist de Verlichtings-activiteit vooral in Nederland, in de 18e eeuw in Frankrijk, in de 19e eeuw in Duitsland, in de 20e eeuw in Engeland en Amerika.

In 2001 verscheen een boek dat al een stukje van het gras voor mijn voeten wegmaaide: Radical Enlightenment van de Britse historicus Jonathan Israel stelt dat de ideeën van de 18e eeuwse Franse Verlichting deels zijn overgenomen van voorgangers in het 17e eeuwse Nederland. Correct. Wel stoort het dat deze auteur Spinoza aanwijst als de centrale figuur in dat 17e eeuwse Nederlandse Verlichtingsmilieu. Dat is onjuist, Descartes is de centrale figuur daarin.

Ik maakte nog aantekeningen in mijn map Vier eeuwen Verlichting toen in 2009 het internationale Darwinjaar begon, de stortvloed van loftuitingen over de man. De Darwin-biografen wedijverden in het vinden van superlatieven over zijn genie. Deze Darwin-adoratie is een vertekening van de historische realiteit. In de 19e eeuw is Duitsland het actiecentrum van Verlichting en wetenschap. Niet Engeland, niet Darwin. Ik begon te werken aan een publicatie hierover. Daarin moest ik drie dingen doen. Op de eerste plaats kort de inhoud van mijn map aantekeningen geven: het idee dat de Verlichting een proces van vier eeuwen is, met het zwaartepunt telkens in een ander land, zoals hierboven aangegeven. Op de tweede plaats inzoomen op de 19e eeuw waarin de Duitse wetenschap de internationale locomotief is, terwijl de Engelse wetenschap nogal achteraan hobbelt. Met name de wetenschappelijke reuzen Virchow en Mendel contrasteren met de vrij beperkte geest Darwin. Op de derde plaats moest ik verklaren waardoor de indrukwekkende Duitse wetenschap van de 19e eeuw na de Tweede Wereldoorlog vergeten wordt, terwijl Darwin dan een echte publiciteitsmachine wordt. Ik kon die taken alledrie realiseren. Zoveel feiten pasten in het beeld, dat ik me moest beperken bij het stapelen van feiten die mijn these steunden. Het werk aan het boek duurde vijf jaar, 2009-2014, het was goed te combineren met mijn deeltijd-baan.

Tegen het einde van het schrijfproces zocht ik een uitgever. Uitgeverij Totemboek werd aanbevolen. Ik benaderde hen, zij hebben het boek vakkundig en smaakvol gepubliceerd. Er kwamen veel positieve reacties, enkele citaten daaruit staan elders op deze website (button ‘reviews’). Een boos geluid kwam uit de hoek van de Darwin-bewonderaars, met name van bioloog Gert Korthof. Zijn reactie bespreek ik onder de button Evaluatie→Discussie.

 

######################################################